Vele consumenten slikken medicijnen zonder er bij na te denken over de mogelijke bijwerkingen maar zijn wel erg bezorgd wanneer het om gebruik van voedingssupplementen gaat. Het besef dat voedingssupplementen vele malen veiliger zijn dan medicijngebruik hebben ze niet of nauwelijks.

Waar komt het idee vandaan dat voedingssupplementen onveilig kunnen zijn?

Een van de beweringen over voedingssupplement van het voedingscentrum voedt deze bezorgdheid. Een van de beweringen die zij uiten is “vitaminen en mineralen zijn belangrijk maar teveel is niet goed”. Wat wordt hier nu bedoeld? Bedoelen zij dat he geen kwaad kan om naast voeding voedingssupplementen te gebruiken mits je je houdt aan de (zeer ruime) veiligheidsmarges of bedoelen ze dat het gebruik ervan per definitie riskant is.

Bovendien mogen de gevolgen voor de gezondheid van een te lage inname van essentiële voedingsstoffen niet worden onderschat. Het voedingscentrum denkt dat het niet zo een vaart loopt met die tekorten: Eet je gevarieerd en dagelijks de aanbevolen hoeveelheid groente en fruit? Laat dan de vitaminesupplementen maar zitten. Je krijgt door je voeding al voldoende vitaminen en mineralen binnen. De supplementen voegen daaraan niets toe.”(1) De eigen eetmeter geeft aan dat dit standpunt geen stand houdt. Vul de eetmeter gedurende een paar weken in en je kan concluderen dat het niet meevalt is om aan de aanbevolen hoeveelheden essentiële voedingsstoffen te komen Ook niet wanneer je je gezond en gevarieerd eet.(2) Bij een verhoogde behoefte aan voedingsstoffen door medicijngebruik en/of ziekte is het al helemaal lastig om met voeding alleen hierin te voorzien.
Amerikaans National Poison Data System rapport toont veiligheid aan

De veiligheid van voedingssupplementen

Dat voedingssupplementen heel veilig zijn, blijkt mede uit een jaarrapport van het Amerikaanse National Poison Data System. Deze is gepubliceerd in het vaktijdschrift Clinical Toxicology.(3) Het rapport is gebaseerd op Gegevens die in 2009 zijn verzameld is de basis van dit rapport. Dit werd gedaan door een 60g toxicologische centrums in de Verenigde Staten. Hierin zijn alle meldingen van vergiftiging zorgvuldig opgetekend en in geval van sterfte is onderzocht welke (potentiele) toxische stof de zekere, waarschijnlijke of bijdragende doodsoorzaak is geweest.
Sterfgevallen door medicijn gebruik
Er wordt in het jaarrapport melding gemaakt van 1158 sterfgevallen waarbij medicijnen de directe doodsoorzaak zijn geweest. Het gaat hierbij o.a. om calciumblokkers [verapamil, amlodipine, diltiazem], bètablokkers [metoprolol], antistollingsmiddelen [trombocyten-aggregatieremmers, coumarines]), cardiovasculaire medicatie (hartglycosiden [digoxine], pijnstillers (acetaminofen [paracetamol], salicylaten [aspirine, ascal], acetaminofen/hydrocodone, methadon), antidepressiva (amitriptyline, doxepine, bupropion) en kalmeringsmiddelen en antipsychotica (quetiapine, alprazolam, diazepam, zolpidem).

Aantal sterfgevallen door voedingssupplementen

Volgens de gegevens van het National Poison Data System is in 2009 in de Verenigde Staten is er door het gebruik van voedingssupplementen of kruiden niemand overleden. En dat met de wetenschap dat meer dan de helft van de Amerikanen dagelijks één of meerdere voedingssupplementen gebruikt! Ook in Amerika is er sprake van bangmakerij op het gebied van voedingssupplementen. In een nieuwsbericht van de Orthomolecular Medicine News Service wordt dan ook fijntjes opgemerkt: “if nutritional supplements are allegedly so ‘dangerous’, as the FDA and news media so often claim, then where are the bodies?”(4)
Bekijk de volgende cijfers die afkomstig zijn uit Amerika.
Gemiddelde jaarlijkse doden voor 1995. (cijfers afkomstig uit verschillende bronnen)
Interactie medicijnen gebruik: 100.000 – 140.000
Verkeersslachtoffers: 39.325
Voedselvergiftiging: 9.100
Huishoudelijke schoonmaakmiddelen: 74
Acute pesticide vergiftiging: 12
Vitamine: 0
Aminozuren: 0
Commerciële kruiden producten: 0

Is de situatie in Nederland anders dan die in Amerika

Waarschijnlijk niet. Het zijn ook hier de medicijnen die voor bijwerkingen zorgen en niet de voedingssupplementen. In Nederland vinden jaarlijks ruim 41.000 medicijn gerelateerde acute ziekenhuisopnames plaats (5,6% van alle acute opnames). Dit blijkt uit gegevens van het HARM-onderzoek (Hospital Admissions Related to Medication) uit 2006.(5)
Een significant deel van de meer dan 35.000 mensen die jaarlijks door medicijngebruik dan wel verkeerd medicijngebruik belandt in het ziekenhuis. Daarnaast hebben veel mensen bij ontslag na verkeerd medicijngebruik restschade. Vooral ouderen lopen meer risico; zij hebben circa 2x maal kans om opgenomen te worden door een medicijn gerelateerd probleem dan jongeren.
Conclusie
De veiligheid van medicijnen wordt eerder overschat dan dat de veiligheid van voedingssupplementen wordt onderschat. Neemt niet weg dat het belangrijk is dat de kwaliteit van voedingssupplementen goede moet zijn. Goede voorlichting en advisering m.b.t maximaal aanvaardbare doseringen en mogelijke interacties moeten in acht worden genomen. Maar het overdrijven van potentiële gezondheidsrisico’s van voedingssupplementen is nergens voor nodig.
Referenties

  1. www.voedingscentrum.nl/nl/voedingscentrum/nieuws/extra-vitamines.aspx
  2. eetmeter.voedingscentrum.nl/
  3. Bronstein AC, Spyker DA, Cantilena LR Jr et al. 2009 Annual Report of the American Association of Poison Control Centers’ National Poison Data System (NPDS): 27th Annual Report. Clinical Toxicology 2010;48:979-1178.
  4. http://www.orthomolecular.org/resources/omns/v07n01.shtml
  5. Hospital admissions related to medication (HARM). Een prospectief, multicenter onderzoek naar geneesmiddel gerelateerde ziekenhuisopnames. Eindrapport, november 2006. http://www.nvza.nl/kr_nvza/artikelen/raadplegen.asp?display=2&Atoom=8895&Actie=2&AtoomSrt=2#
    Bron.www.ortokennis.nl

Net als vitaminen zijn mineralen en sporenelementen nodig voor het goed laten functioneren van de diverse processen in het lichaam en nemen we ze in met onze voeding. Vitamines werken niet tot nauwelijks bij een gebrek aan mineralen en sporenelementen.

Mineralen en sporenelementen zijn o.a. noodzakelijk zijn voor het goed laten verlopen van diverse processen in het lichaam.

Een sporenelement is een mineraal dat in de voeding van een organisme aanwezig moet zijn voor een goede groei en functie, maar dat slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig is.

Een greep uit de belangrijkste mineralen en sporenelement en hun functies

Calcium
Calcium is het meest voorkomende mineraal in het menselijk lichaam. Ieder mens heeft ongeveer 1-1,5 kilo calcium, waarvan 99% zich in de botten en tanden bevindt. Calcium geeft stevigheid aan het skelet en gebit. Het is nodig voor het goed functioneren van de spieren en voor het geleiden van prikkels naar de zenuwen. Calcium is onder andere betrokken bij de bloedstolling, de celgroei en de hormoonstofwisseling. Calcium komt voor in zuivelproducten, mosselen, oesters, sardines, broccoli, peulvruchten, peterselie, zuurkool, zeewier, rabarber, sojabonen, gedroogd fruit, noten, tofu, tomatenpuree, volle granen (brood) en sommige mineraalwaters.

Magnesium
Magnesium is een mineraal en onontbeerlijk voor tal van biochemische processen in het lichaam. Het verhoogt de weerstand tegen stress, depressies, spanningen en gaat geestelijke vermoeidheid tegen. Het versterkt bovendien het geheugen en het concentratievermogen. Magnesium is nodig voor de botopbouw en het is betrokken bij het vrijmaken van energie uit de voeding en het goed functioneren van het zenuwstelsel en de spieren. Magnesium komt voor in groene bladgroenten, noten, zilvervliesrijst, sojabonen, volkorenproducten, peulvruchten en vis.

Kalium
Kalium is een mineraal en werkt samen met natrium om de vochthuishouding in het lichaam te reguleren. Kalium trekt het vocht door de celwand heen de cellen binnen en natrium trekt het vocht naar buiten. Ook samen met natrium levert kalium een belangrijke bijdrage aan de regeling van de bloeddruk. Het is een essentieel mineraal voor de groei en de spiervorming. Daarnaast is het betrokken bij de zenuwgeleiding en de spierfunctie; het draagt zo dus ook bij aan een goed hartritme. Kalium komt voor in aardappelen, groenten, fruit, peulvruchten, vlees, vis, noten en volkorenproducten.

Zink
Zink is een spoorelement en speelt een rol bij de werking van meer dan 200 enzymen in het lichaam. Het is van belang voor het immuunsysteem (bij een verminderde weerstand) en het helpt het lichaam beschermen tegen vrije radicalen. Zink is betrokken bij het maken van erfelijk materiaal, eiwitten en afweerreacties. Verder is zink belangrijk voor de smaakontwikkeling en het nachtelijke gezichtsvermogen en is het betrokken bij de aanmaak van insuline. Zink komt voor in vlees, vis, eidooier, volkoren- en melkproducten, noten, schaal- en schelpdieren en peulvruchten. Zink speels ook een belangrijke rol in het behoud van ee gezonde zuur base balans van je lichaam

Silicium
Silicium is een spoorelement en beïnvloedt onze gehele bindweefselstructuur. Het speelt een rol in de vorming van het beendergestel, spieren, huid, nagels en haren. Naarmate men ouder wordt daalt het gehalte aan silicium in het lichaam. Botontkalking, broze nagels, rimpels en droog en dof haar kunnen optreden. Silicium komt voor in graanproducten en citrusvruchten.

Natrium
Natrium (zout) is een mineraal en samen met kalium nodig voor een evenwichtige vochthuishouding. Samen zijn ze belangrijk voor het samentrekken van de spieren en de zenuwgeleiding en leveren ze een belangrijke bijdrage aan de regeling van de bloeddruk en een gezond hartritme. Natrium zorgt ervoor dat andere mineralen, zoals calcium, opgelost blijven in het bloed. Natrium komt voor in keukenzout, kaas, spek, gerookte ham, brood, boter en vrijwel alle bewerkte voedingsmiddelen.


Selenium
Selenium is een spoorelement en helpt het verouderingsproces te vertragen. Het is met name werkzaam in de lever en beschermt als antioxidant de rode bloedcellen en andere cellen tegen beschadiging. Selenium verhoogt de weerstand en helpt bij het regelen van de bloeddruk. Belangrijk is dat selenium helpt bij de afvoer van giftige metalen uit het lichaam (bindt zware metalen). Daarnaast is het ook van belang voor een goede werking van de schildklier. Selenium komt voor in volkorenbrood, knoflook, noten, zemelen, groenten, orgaanvlees, melk en vis.

Borium
Borium is een spoorelement en heeft een stimulerende werking op het regeneratievermogen van het lichaam. Indien borium ondersteund word door een voldoende aanwezigheid van calcium en magnesium worden deze stoffen sneller door het aangedane (bot)weefsel opgenomen. De regeneratieve eigenschappen van borium op de algehele stofwisseling zijn uitermate sterk. Borium komt voor in fruit, groenten en noten.

Chloor
Chloor is een mineraal dat gebonden is aan de mineralen natrium en kalium. Dit zijn zouten. Gezamenlijk zorgen ze voor de vochtbalans in het lichaam. Chloor is noodzakelijk voor het vormen van maagzuur. Daarnaast bevordert het de reinigende werking van de lever, zodat het lichaam beter kan ontgiften. Het helpt de longen bij de uitscheiding van koolstofdioxide en het is betrokken bij het transport van hormonen. Chloor onderhoudt tevens de gezondheid van gewrichten en pezen. Chloor komt voor in keukenzout en alle producten die zout bevatten.

Chroom
Chroom is een spoorelement en slechts in een heel kleine hoeveelheid in het lichaam aanwezig. Het komt voor in alle organen. Chroom helpt bij het omzetten van koolhydraten tot energie en het reguleert ook de opname van insuline door de lichaamscellen. Chroom komt voor in groenten, fruit, vlees, vis, melk- en volkorenproducten en vetten.

Fluor
Fluor is een spoorelement en is in de voeding altijd gebonden aan een andere stof, bijvoorbeeld natrium. Het is dan niet meer giftig en heet fluoride. Fluoride is belangrijk voor de stevigheid van botten en tanden. Fluoride komt in kleine hoeveelheden voor in bijna alle voedingsmiddelen en in grote hoeveelheden in thee en zeevis.

Fosfor
Fosfor is een mineraal en komt in het lichaam voor in de vorm van fosfaat. Fosfaten spelen een rol in talrijke biochemische processen. Ze zijn essentieel voor de instandhouding van het zuur-base-evenwicht. Fosfaten helpen mee aan de opbouw van botten en tanden. Daarnaast hebben ze invloed op de energiestofwisseling en op allerlei enzymprocessen in het lichaam. Ze zijn belangrijk als cofactor voor de omzetting van koolhydraten, eiwitten en vetten. Fosfor komt voor in melkproducten, kaas, vlees, vis, eieren en volkoren- en graanproducten.


Germanium
Germanium is een mineraal en bewaart het evenwicht in het lichaam. Het kan daarom een hoge bloeddruk en een hoog cholesterolniveau verlagen. Het versterkt het afweersysteem en kan een pijnstiller zijn. Dit mineraal kan antivirale, antibacteriële en antitumorale eigenschappen hebben. Germanium komt voor in knoflook, smeerwortel, ginseng, zemelen, volkoren tarwebloem, groenten, zaden, vlees en melkproducten.

IJzer
IJzer is een spoorelement en levert een belangrijke bijdrage aan het zuurstoftransport en de vorming van rode bloedcellen. Daarnaast is ijzer belangrijk in de energieproductie en het verhogen van de lichamelijke weerstand. Vrouwen hebben meer ijzer nodig dan mannen. Dit heeft te maken met het bloedverlies tijdens de menstruatie, de bloedaanmaak voor de foetus en borstvoeding. IJzer komt in grote hoeveelheden voor in vlees, vis, gevogelte, broccoli, bloemkool, pompoen, tomaten en citrusvruchten en in kleine hoeveelheden in aardappelen, wortels, ananas en bloem (zonder zemelen).

Jodium
Jodium is een spoorelement en is een essentiële bouwsteen van de schildklier. De schildklier bevat hormonen die onmisbaar zijn voor een goede groei, in het bijzonder de hersenen, de ontwikkeling van het zenuwstelsel en de stofwisseling, in het bijzonder bij het verbranden van een teveel aan vet. Jodium zorgt voor het behoud van gezonde haren, nagels en huid. Ook stimuleert het de aanmaak van het HDL-cholesterol door de lever. Dit wordt ook wel ‘goed’ cholesterol genoemd. Jodium komt in kleine hoeveelheden voor in zeevis, schaal- en schelpdieren, vlees, broodproducten en een beetje in melkproducten. In sommige landen wordt het zout en/ of het brood verrijkt met jodium.

Kobalt
Kobalt is een spoorelement en een onderdeel van vitamine B12. Het is van belang voor de vorming van rode bloedcellen en kan dus een positieve invloed hebben op bloedarmoede. Kobalt komt voor in vlees, melk en melkproducten.


Koper
Koper is een spoorelement en betrokken bij de vorming van rode bloedcellen. Het bevordert de werking van het centrale zenuwstelsel en helpt bij de opbouw van eiwitten en enzymen. Koper komt voor in aardappelen, volkorenproducten, fruit, (orgaan)vlees, vis, eidooiers, peulvruchten en noten.

Mangaan
Mangaan is een spoorelement en betrokken bij de synthese van eiwitachtige stoffen, botten en kraakbeen. Mangaan is tevens onderdeel van kraakbeen. Het bevordert de groei en de werking van de cellen. Daarnaast bevat het enzym, superoxide dismutase (SOD), mangaan. Dit enzym beschermt het lichaam tegen vrije radicalen. Mangaan komt voor in thee, graanproducten, volkorenbrood, peulvruchten, noten, bladgroenten, fruit en zeewier.

Molybdeen
Molybdeen is een spoorelement en speelt een rol bij het omzetten van koolhydraten en vetten in energie. Het verbetert de opname van ijzer en koper en heeft hierdoor een positieve invloed op bloedarmoede. Het heeft mede een goede invloed op tandcariës. Molybdeen komt voor in peulvruchten, graanproducten, zonnebloempitten, sojaolie, eieren, lever en wijn.

Natrium
Natrium (zout) is een mineraal en samen met kalium nodig voor een evenwichtige vochthuishouding. Samen zijn ze belangrijk voor het samentrekken van de spieren en de zenuwgeleiding en leveren ze een belangrijke bijdrage aan de regeling van de bloeddruk en een gezond hartritme. Natrium zorgt ervoor dat andere mineralen, zoals calcium, opgelost blijven in het bloed. Natrium komt voor in keukenzout, kaas, spek, gerookte ham, brood, boter en vrijwel alle bewerkte voedingsmiddelen.


Selenium
Selenium is een spoorelement en helpt het verouderingsproces te vertragen. Het is met name werkzaam in de lever en beschermt als antioxidant de rode bloedcellen en andere cellen tegen beschadiging. Selenium verhoogt de weerstand en helpt bij het regelen van de bloeddruk. Belangrijk is dat selenium helpt bij de afvoer van giftige metalen uit het lichaam (bindt zware metalen). Daarnaast is het ook van belang voor een goede werking van de schildklier. Selenium komt voor in volkorenbrood, knoflook, noten, zemelen, groenten, orgaanvlees, melk en vis.

Silicium
Silicium is een spoorelement en beïnvloedt onze gehele bindweefselstructuur. Het speelt een rol in de vorming van het beendergestel, spieren, huid, nagels en haren. Naarmate men ouder wordt daalt het gehalte aan silicium in het lichaam. Botontkalking, broze nagels, rimpels en droog en dof haar kunnen optreden. Silicium komt voor in graanproducten en citrusvruchten.

Vanadium
Vanadium is een spoorelement en bevordert de normale weefselgroei en vetstofwisseling. Het verlaagt een hoog bloedsuikerniveau door het effect van insuline op de cellen na te bootsen. Vanadium ondersteunt de productie van rode bloedcellen, heeft een positieve invloed op tandbederf en is goed voor het hart. Daarnaast verlaagt het de cholesterolopbouw in de bloedvaten. Vanadium komt voor in graanproducten, vis, olie, radijs, peterselie, aardbeien, sla en komkommer.